Erasmus+ stage na afstuderen: Fewer Opportunities
Stagiairs die behoren tot de 'fewer opportunities' of ondervertegenwoordigde groepen zullen, nadat ze geselecteerd worden voor een beurs, een extra bedrag ontvangen bovenop het basisbedrag. Lees hier meer over welke stagiairs tot deze ondervertegenwoordigde groepen behoren en hoe het toekenningsproces verloopt.
Waarom ondervertegenwoordigde groepen?
Eén van de horizontale prioriteiten van het Erasmus+-Programma is Inclusie en diversiteit.
Alle acties in het kader van het programma hebben tot doel gelijke kansen en gelijke toegang, inclusie, diversiteit en billijkheid te bevorderen.
De Erasmus+-programmagids geeft een ruime omschrijving van de verschillende obstakels die deelnemers met fewer opportunities kunnen verhinderen om aan het programma deel te nemen of hun deelname bemoeilijken.
Om het Erasmus+-programma inclusiever te maken, wordt bij een aantal acties aangegeven dat wanneer organisaties zich inzetten om activiteiten te ontwikkelen voor deelnemers met fewer opportunities, er extra financiële middelen zullen toegekend worden (‘inclusion support’ voor het projectmanagement en/of voor de deelnemer).
Dit heeft tot doel de belemmeringen weg te nemen waar de verschillende doelgroepen mogelijk mee te kampen hebben bij de toegang tot dit soort mogelijkheden, zowel binnen Europa als daarbuiten.
Welke studenten behoren tot de ondervertegenwoordigde groepen?
Om te vermijden dat organisaties zelf moeten beslissen wat het profiel is van een deelnemer met fewer opportunities, heeft Epos (het Nationaal Agentschap) in overleg met de Nationale Autoriteit, onderstaande lijst met ontvankelijke profielen geformuleerd (zoals gedefinieerd in de Codex Hoger Onderwijs):
- beursstudenten die een studietoelage ontvangen van de Vlaamse overheid;
- bijna-beursstudenten die geen studietoelage ontvangen maar wel recht hebben op een verminderd inschrijvingsgeld;
- studenten met een functiebeperking die bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) een recht hebben geopend op een tegemoetkoming.
- Het VAPH hanteert volgende definitie:
Elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon dat te wijten is aan het samenspel tussen functiestoornissen van mentale, psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard, beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten, en persoonlijke en externe factoren.
Die definitie laat toe om de situatie van iedere persoon die een aanvraag voor ondersteuning indient, apart te bekijken. Beantwoordt iemands situatie aan de definitie, dan kan de betrokkene door het VAPH erkend worden als persoon met een handicap en een goedkeuring voor ondersteuning krijgen;
- Het VAPH hanteert volgende definitie:
- werkstudenten in een werkprogramma, die aan al de volgende voorwaarden beantwoordt:
- de student is in het bezit van een bewijs van tewerkstelling in een dienstverband met een omvang van ten minste 80 uren per maand, of de student is in het bezit van een bewijs van uitkeringsgerechtigde werkzoekende en de opleiding kadert binnen het door een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling voorgestelde traject naar werk;
- de student is nog niet in het bezit van een tweede cyclusdiploma of masterdiploma;
- de student is ingeschreven in een studietraject met specifieke onderwijs- en leervormen en met specifieke modaliteiten van begeleiding en aanbod, dat als zodanig geregistreerd is in het Hogeronderwijsregister. De afzonderlijke registratie in het Hogeronderwijsregister impliceert niet dat het hier een nieuwe opleiding betreft.
Hoeveel bedraagt het extra beursbedrag?
Het beursbedrag voor stagiairs uit de ondervertegenwoordigde groepen wordt vermeld op de pagina van Erasmus+ stage na afstuderen in de beurstabel onder Categorie 1.
Procedure
In Placement-Online zal de kandidaten gevraagd worden of ze behoren tot de ondervertegenwoordigde groepen. Wanneer zij "Ja" aanduiden, kunnen zij specifieren tot welke groep zij behoren.
Vervolgens zullen zij een bewijs moeten opladen in hun workflow op Placement-Online:
- beursstudenten: bewijs van toekenning door AHOVOKS;
- bijna-beursstudenten: bewijs van toekenning door AHOVOKS;
- studenten met een functiebeperking: bewijs van erkenning door VAPH;
- werkstudenten: verklaring op eer ondertekend door de hogeronderwijsinstelling.
Extra inclusiesteun op basis van reële kosten
Naast het vaste extra maandbedrag voor stagiairs met fewer opportunities, is er bijkomende inclusiesteun op basis van werkelijke kosten mogelijk. Deze is bedoeld voor deelnemers met een fysieke, mentale of gezondheidsgerelateerde beperking, of met financiële barrières die niet voldoende gedekt worden door de standaardbeurs. Kosten zoals aangepaste huisvesting, begeleiding, extra reis- of zorgkosten kunnen (na goedkeuring) volledig worden terugbetaald. De aanvraag hiervoor gebeurt via het Flanders Traineeship Platform van je instelling en moet vergezeld worden van een kostenraming en motivering.
HOE AANVRAGEN?
VLUHR moet de aanvraag op basis van reële kosten minstens 6 weken voor de begindatum van jouw mobiliteit indienen bij Epos. Om deze reden vragen om uw aanvraag minstens 7 weken voor de begindatum van de mobiliteit te versturen naar info@flanderstraineeshipplatform.be
Volgende zaken zijn nodig om jouw aanvraag in te dienen:
- Beschrijf kort wat de situatie is en waarom er financiële tussenkomst nodig is.
- Geef een berekening van de gevraagde financiële tussenkomst. Verduidelijk voldoende waarvoor het budget nodig is.
- Totaal aangevraagde financiële tussenkomst (EUR).
Wanneer het budget voor extra inclusie wordt toegekend, moet je na de mobiliteit de gemaakte kosten bewijzen aan de hand van facturen.
Bij de start van de mobiliteit wordt 70% van het toegekende budget uitbetaald. De resterende 30% wordt uitbetaald na afloop van de mobiliteit, na ontvangst en goedkeuring van de vereiste facturen.
Indien de werkelijke kosten lager uitvallen dan het aangevraagde bedrag, zullen enkel de reële kosten worden terugbetaald. In dat geval kan het zijn dat een deel van de eerste uitbetaling moet worden teruggevorderd.